| |
|
| |
|
|
|
| |
|
Misschien voelt u zich – ondanks de steun en adviezen die mensen om u heen u geven – soms alleen staan. Maar u bent niet de enige die een bedrijfsbeëindigingsproces doormaakt. Van een aantal agrariërs die u voor gingen is het verhaal opgetekend. Zij vertellen de emoties, de zakelijke lasten en hoe ze er uiteindelijk uit kwamen. Hun verhalen kunt u hier downloaden. |
|
| |
|
|
| |
|
We denken dat het u kan helpen als u de ervaringen van anderen leest. Die kunt u meenemen bij de beslissingen die u neemt. Hier kunt u de verhalen lezen van die eerder gepubliceerd werden in Wegwijzer voor bedrijfsbeëindiging in de land- en tuinbouw, en De boerderij voorbij, beide publicaties van uitgeverij Roodbont. Kijk voor meer informatie over deze en andere uitgaven van Roodbont bij www.roodbont.nl/uitgeverij. |
|
|
|
|
|
|
| |
|
Ze waren jong en hadden een goedlopend, modern bedrijf waarmee ze nog jaren verder konden. Toch grepen Hans (37) en Ellie (34) Egelmeers uit Wanroij de opkoopregeling aan om te stoppen met hun bedrijf. Hun traumatische ervaringen tijdens de varkenspest speelden hierbij een cruciale rol. Hans noemt de beëindiging 'een goede zakelijke beslissing.' |
|
|
|
|
|
|
| |
|
Grote, moderne bedrijven stoppen niet; dat doen alleen kleine, slecht georganiseerde bedrijven. Zo denken veel mensen over bedrijfsbeëindiging. Fruittelers Albert (42) en Miriam (40) Evenhuis uit Flevoland botsten keihard op dit vooroordeel. Ze gaven hun verstand voorrang boven hun gevoel en stopten voordat ze failliet gingen. Dat is uiteraard nooit gemakkelijk, maar de vele begriploze reacties maken het afscheid onnodig moeilijk. |
|
|
|
|
|
|
| |
|
Een woonerf aan de rand van Sommelsdijk. Buren links, buren rechts, vijftig vierkante meter tuin en de auto strak voor de deur. Vanaf de bank kijkt Wybe Kloppenburg (41) uit over een veld met goudgeel graan; er is toch nog een overeenkomst met de Aikemaheerd in Grijpskerk, de boerderij waar hij een groot deel van zijn leven woonde en werkte. Tegenslagen in de aardappelteelt dwongen hem hiermee te stoppen. |
|
|
|
|
|
|
| |
|
Twee jaar geleden gaven Siem (59) en Suus (58) Pollentier uit Zeeland de strijd op. De slechte vooruitzichten voor akkerbouw en varkenshouderij speelden daarbij een belangrijke rol. Hun kwakkelende gezondheid gaf uiteindelijk de doorslag. Nadat Siem een lichte hartaanval heeft gekregen, besluiten ze te stoppen, vijf jaar eerder dan verwacht. Na die moeilijke beslissing hebben ze hun draai weer aardig hervonden. Dat zoon Luc het bedrijf overnam, verzacht het afscheid. |
|
|
|
|
|
|
| |
|
Voordat bloementeler Rob van Meurs (43) zijn bedrijf verkocht, dacht hij maar aan één ding: doorgaan met een nieuw bedrijf. Toch werkt hij nu in loondienst bij een vroegere collega. Het verhaal van een man die de woede van zich afzette en de rust vond om nieuwe keuzes te maken. |
|
|
|
|
|
|
| |
|
Geert en Simone van Aalst moesten hun ideaal, scharrelvarkens, opgeven. Hun gezin dreigde er aan onderdoor te gaan. Het ergste is nu wel achter de rug, vinden ze zelf. Allebei hebben ze een nieuwe baan en hebben ze weer zin in de toekomst. Maar één ding missen ze nog altijd: vroeger deden ze alles samen op het bedrijf, nu gaat ieder zijn eigen weg. “Samen waren we heel wat mans. Met onze ervaring en ons ondernemerschap moet er toch méér mogelijk zijn?”, vragen ze zich af. |
|
|
|
|
|
|
| |
|
Twee jaar geleden besloten Toine (48) en Maria (43) van Eck hun zeugenbedrijf in Limburg te verkopen. Door enkele opeenvolgende ziekteuitbraken was de finaciële positie te slecht geworden om de noodzakelijke investeringen in nieuwbouw en milieu te doen. Elke nieuwe tegenslag zou hen dan fataal zijn. Bovendien hadden ze geen opvolger. Maar net op het moment dat ze hun besluit genomen hadden, zakte de biggenmarkt in
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
|
Het was al vijftien jaar kantjeboord met het glastuinbouwbedrijf van Willem (56) en Ines (55) van Vuuren uit het Westland. Eind vorig jaar zetten ze er noodgedwongen een punt achter. Ze probeerden de zaken voor hun toeleveranciers zo goed mogelijk af te werken. Op advies van hun accountant vroegen ze daarvoor zelf hun faillissement aan. “Helemaal fout”, beseft Willem achteraf. “Alleen de curator wordt er beter van en wij worden behandeld als criminelen. Je staat ineens zo onzaglijk alleen!” |
|
|
|
|
|
|
| |
|
Eén mislukte teelt kostte Freek (53) en Mees (50) Verbeek zeven jaar geleden hun glastuinbouwbedrijf. Met het einde van het bedrijf hebben ze inmiddels vrede. Maar bij Freek knaagt nog altijd de manier waarop ze toen door de bank en andere instanties werden behandeld. “Ik voelde me soms als een hond behandeld”, vertelt Freek. Mees houdt zich op de achtergrond: “Ik wil niet meer voortdurend achterom kijken en boos worden. Ik wil nu alleen nog vooruit.” |
|
|
|
|
|
|
| |
|
Zonder een centje pijn kunnen ze een vrijstaand huis buitenaf kopen. Een nieuwe baan is niet beslist nodig. En als ze een beetje rustig leven, kunnen ze rentenieren. Maar van hun geld hebben ze nog geen dag plezier gehad. Moeizaam worstelen ze zich omhoog uit een diep dal, op zoek naar een nieuwe toekomst. Het relaas van Frank (42) en Wilma (43) Berenschot uit Twente. Ofwel, het verhaal van de pijn achter een financieel gunstige beëindiging. |
|
|
|
|
|
|
| |
|
Een hoge schuldenlast na bedrijfssplitsing, een langdurige ziekte en slechte aardappel- en uienprijzen. Dat zijn de ingrediënten voor de bedrijfsbeëindiging van Paul en Joanne Damman uit Drenthe, beiden midden veertig. Een opmerkelijke beëindiging, omdat Joanne dolgelukkig was met deze beslissing. Paul deed vooral wat hij verstande-lijk het beste achtte. Ik verwachtte dat de klap later zou komen, maar dat gebeurde niet. Ik denk dat ik gewoon geen reden heb om te rouwen.” |
|
|
|
|
|
|
| |
|
De laatste varkens zijn afgeleverd en dan wordt het stil, heel stil. De postbode brengt monder post, geen contacten meer met leveranciers van biggen en voer, met voorlichters en vertegenwoordigers, geen dierenarts, geen storingen meer in je bedrijf, geen aanloop meer. En wat nu? |
|
|
|
|
|
|
| |
|
Het tuindersbedrijf, een rozenkwekerij, was hun grote trots. Ríjk zouden ze er niet van worden, maar ze hoefden nooit hun hand op te houden. Tot het noodlot in de vorm van onkruid, ziekte en een slechte rozenprijs toesloeg. Arend en Joke Batenburg kwamen letterlijk op straat te staan. "Die mevrouw van de woningbouwvereniging zei: dan gaat u toch gewoon naar het Leger des Heils..." |
|
|
|
|